Deze tekst verscheen in COS, ‘Computers Op School’, jaargang 18, nrs. 7 en 8, 2006. Het is een ‘round-up’ van mijn eerder verschenen blog op http://www.edublogs.be/2005/04/13/inleiding
In deze twee artikelen geef ik mijn visie op de ontwikkelingen in het ICT-onderwijs in Vlaanderen. Ik wijs op hindernissen en struikelblokken die een echte integratie van ICT in het secundair onderwijs tot nu toe beletten.
Waarom wordt al bij al zo weinig geïnvesteerd in ICT in het onderwijs? Hoe komt het dat veel collega’s het met bord en krijt nog blijven doen? Hoe komt het dat hogere instanties vooral lippendienst bewijzen en vaak nalaten de noodzakelijke concrete maatregelen te nemen om ICT daadwerkelijk en op grote schaal te integreren in het onderwijs?
Je kunt je troosten met de gedachte dat er altijd op elk vlak voortrekkers moeten zijn, dat je vooruit bent op
de tijd, dat ze later zullen zeggen dat je gelijk had. Als je in de scholen je oor te luisteren legt, heb je niet meteen het idee dat je een profeet bent, maar dat je eerder als een freak wordt bekeken. Je kunt je natuurlijk verongelijkt voelen, maar dan komt de dag waarop je het resultaat van je inzet bekijkt en moet toegeven dat je ICT-werk een kleine druppel op een hete plaat is geweest.
Realiteitszin
Misschien is het beter om voor jezelf uit te maken of je genoeg realiteitszin – én durf – hebt om alles op een rijtje te zetten. Waarom vind ik ICT belangrijk genoeg om er een goed deel van mijn docentenleven aan te wijden en er fulltime mee bezig te zijn? Een heel toevallige ontmoeting met een kennis was de directe aanleiding om me met mezelf te confronteren. Het kwam erop neer dat hij niet begreep dat ik als leerkracht Nederlands-Engels met interesse voor kunst en literatuur als ICT-coördinator door het leven kon gaan. Hoe ik in godsnaam tijd en energie kon steken in een computer. Heb ik ze dan niet op een rijtje, of zet ik alle argumenten eens op een rij waarom ik na al die jaren blijf geloven, nee, zelfs meer overtuigd ben, dat ICT een noodzaak is in het onderwijs?
Eigenlijk hoef ik niet lang te zoeken, want ik begin altijd met het waarom van ICT in het onderwijs als ik een workshop geef. Ik wil daarmee benadrukken dat ik het niet heb over een didactisch snufje, of een leuke gadget om in te zijn, maar wel over een dankbaar hulpmiddel voor in de lessen. Ik zie het als het geven van instructies over veiligheid, zoals je vandaag de dag in gebruiksaanwijzingen vindt. Het grote verschil met mijn inleiding is dat niet iedereen de achterliggende filosofie wenst te kennen. En dat vind ik al een grote ‘startersfout’. Ik vraag me af of ICT zinvol, verrijkend of ingekaderd is in het leerproces. Geen ICT om de ICT dus.
Hindernissen en Struikelblokken
Ik heb het hier nu niet over de factoren die buiten de school liggen: het financiële luik van ICT in het onderwijs, de ministeriële brieven met aanbevelingen en besparingen. Ook al is het vanzelfsprekend dat het gebrek aan geld om computers te updaten daar het resultaat van is. Mijn persoonlijk onderzoekje concentreert zich op de interne oorzaken van een gebrek aan interesse voor ICT bij veel collega’s.
Het spreekt vanzelf dat ik het niet heb over de vele enthousiaste collega’s die er gelukkig ook rondlopen. Ik heb het over de traagheid waarmee leerkrachten de smaak te pakken krijgen om met hedendaagse middelen les te geven. Ik zoek dus dicht bij mij, in de scholen, op de werkvloer. Ik ga uit van twee stellingen die volgens mij de oorzaak zijn van de traagheid van het ICT-bestaan in het middelbaar onderwijs: verandering is een deur die je van binnen opendoet en ICT is een middel, geen doel.
1. Verandering is een deur die je van binnen opendoet
Je moet als leerkracht in eerste instantie overtuigd zijn dat ICT een toegevoegde waarde geeft aan je lesgeven. Je mag nog zoveel techniekjes aangeleerd hebben en cursussen hebben gevolgd, als je niet stellig overtuigd bent van de meerwaarde van ICT, had je beter een cursus breien gevolgd. Net zoals leerlingen met veel gemak de top dertig uit hun hoofd kennen, maar moeite hebben om tien Franse woorden te memoriseren, zul je net zo min zonder achtergrond alleen bij de oppervlakte blijven en geforceerd overkomen. Onze hersenen hebben kennelijk de neiging beter te onthouden wat we met liefde, interesse en plezier leren, dan wat we geforceerd geserveerd krijgen. Ik heb in de loop van de voorbije jaren een hoop kennis opgedaan van ICT, die vermoedelijk kwalitatief hoogstaander is dan wat ik in het middelbaar toegediend gekregen heb van een hele serie serieuze vakken. Ik heb van sommige leerkrachten meer onthouden dan van andere, wat niet meteen aan hun mooie bordschrift lag en ook niet aan hun frisse verschijning, maar aan de gloed en het enthousiasme waarmee ze de zaken aanbrachten.
Als je als leerkracht niet gelooft in het gebruik van de computer in de lessen, begin er dan gewoon niet aan. Je moet immers weten dat je als volwassene al een inhaalslag moet doen om op het niveau van de leerling te staan. Ik hoor van iemand die een zoontje van anderhalf heeft, dat hij al bezig is met de eerste stappen van het gebruik van een toetsenbord en een muis, speels, ongedwongen, vooral met veel trial en nog meer error. Maar anderzijds zie ik nog voor mijn ogen cursisten die letterlijk de muis op het scherm bewegen in de overtuiging dat dit de goede methode is. Ben je echt niet gewonnen voor ICT, probeer dan je ‘onkunde’ op te vangen door het gebruik van een video, dvd, overheadprojector of diareeks. Liever als ouderwets versleten worden door de leerlingen (en leerkrachten) dan door te gaan voor een eersteklas klungelaar. Als ICT botst met je persoonlijkheid, met een goed gevoel als leerkracht en als mens, forceer je dan niet, maar bedenk andere didactische middelen die een gelijkwaardige input hebben in het leerproces.
‘Verandering is een deur die je van binnen opendoet’ is een spreuk van Mark Eyskens die ik als leidraad voor ogen houd. Ik herinner me nog levendig de spreuk die ik al vanaf het middelbaar meedraag als een maliënkolder, een beschermlaag van te grote verwachtingen in het overbrengen van leerstof, van mijn ex-leraar Nederlands-Duits: ‘Je kunt een paard bij de bron brengen, maar je kunt het niet doen drinken.’ De omstandigheden waaronder hij die spreuk op het bord aanbracht, zijn me ontgaan, maar het komt op hetzelfde neer: leren is veranderen. Dit is zelfs met hersenscans te bewijzen: blijvende herinneringen vormen nieuwe elektronische verbindingen.
Fundamentele denklijn
Deze denklijn is fundamenteel bij het leren. Ik vraag me immers af: zijn alle leerkrachten bereid om op het vlak van ICT bij te leren, zich bij te scholen? Toen onlangs uit een onderzoek bleek dat 80% van de leerkrachten bereid is zich bij te scholen om ‘het beeld’ meer aan bod te laten komen in het onderwijs, was ik verbaasd over dat hoge cijfer. Het moet zowat 25 jaar geleden zijn dat we op onze school de video introduceerden en nu blijkt de nood om aan filmvorming te doen! Ik dacht dat de filmfora in al die tijd hun werk hadden gedaan, maar ik vergis me dus. Ik stel mijzelf de vraag hoeveel procent leerkrachten een cursus ‘Computer in de klas’ wil volgen, want als dit geen beeld is, dan is mijn muis een olifant.
Het is niet zo dat ik twijfel aan de collega’s die de stap zouden willen zetten. Maar een computer is nu eenmaal geen videotoestel, tv of dvd-speler. Met een paar knoppen kun je bekijken wat je wilt. Een klein kind kan er weg mee – althans met de meest gebruikelijke functies. Je kon gelukkig een beroep doen op specialisten, die tegen betaling de klus van het moeilijke programmeren van de zenders kwamen klaren. Welnu, in vergelijking met het werken met een computer is zoiets ‘moeilijks’ toch doodsimpel! ICT-mensen, computerfreaks, zijn zo kortzichtig dat zij denken dat een computer gebruikt kan worden als een bord: men neme een krijt, men schrijve en nadien veegt men alles af met een bordenwisser. Ze vergissen zich schromelijk: waarom zouden de cursussen dan zo welig tieren? Toch niet omdat de mensen behoefte hebben aan sociale contacten. Misschien omdat ze verplicht worden door hun directeur zich bij te scholen, met een functioneringsgesprek als stok achter de deur? Of misschien omdat de druk zo groot is dat ze bijna niet anders kunnen? Sommige collega’s vinden het bijna een sport een cursus ‘te volgen’ door gewoon de kassa te passeren waar ‘de papieren’ te krijgen zijn.
Geen verplichting
Dat brengt me bij het punt van verplichting tot bijscholing in ICT. Vanuit het idee dat de verandering enkel lukt als het vanuit jezelf komt, moet ik dit idee verwerpen. Daarenboven versterk je de antigevoelens en dat kan de bedoeling niet zijn. Ik zou zeggen: er zijn zoveel noden in een school. Laat de collega’s toch een bijscholing volgen die ‘hen ligt’. Op die manier krijg je een win-win-situatie! Bovendien: verplichting werkt contraproductief. Zie je die collega’s ICT toepassen, omdat het een verplichting is? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat elke leerkracht omwille van ICT ‘zijn ziel verkoopt”?
Keuze maken
Concluderend kan ik stellen dat elk leren gebaseerd is op echte, niet geveinsde of opgedrongen belangstelling, overeenstemmend met de eigen persoonlijkheid. Is dit niet het geval, dan spreek ik niet van het echte levenslange leren, met fundamentele veranderingen tot gevolg. Je moet een keuze maken: ben ik niet het type leerkracht dat makkelijk omspringt met technische hoogstandjes, dan kan ik zeker op een ander vlak aan mijn trekken komen in het onderwijs. Elke leerkracht kan op een persoonlijke manier betrokken worden bij zijn taak en zich verantwoordelijk voelen voor zijn loopbaan. Het is geen mislukking als ICT je niet ligt en je daar geen voortrekkersrol in wilt of kunt spelen. Want, geef toe: tien jaar geleden wist niemand dat de computer ons leven zo ingrijpend zou beïnvloeden. Nu is het alsof leren niet meer kan zonder ICT.
2. ICT is een middel, geen doel.
Er zijn allerlei redenen om géén ICT te gebruiken in de lessen. Leerkrachten zullen er dan ook altijd wel eentje vinden, als ze er geen zin in hebben. Maar ik vind het absurd dat nu in alle vakken, en liefst voor elk lesonderdeel, ICT moet worden ingezet. Ik herinner me een moment waarop de leerlingen tegen me zeiden: ‘Toch niet wéér video, meneer?’ Het was in mijn jeugdig enthousiasme een domper op mijn vernieuwingsdrift. Bleek dat ze het uur voor en het uur na mijn les ook nog eens video hadden. En ’s avonds thuis, zouden ze waarschijnlijk de laatste video huren van… Binnenkort is een dvd de maat voor het kijkgebeuren. Wie het als school nog waagt video’s te tonen, is in de ogen van jongeren een middeleeuwer. Moeten we echt met elke nieuwe trend meesurfen om modern te zijn? Staren we ons niet blind op het nieuwste van het nieuwste? Doen we mee aan de materialistische wegwerpmaatschappij als we op school de nieuwste computerconfiguratie installeren? Kunnen we bijvoorbeeld geen oude software op oude computers installeren, of willen we altijd maar meer toeters en bellen, terwijl het eigenlijk maar een middel is om ons doel te bereiken?
Ik weet het, in sommige ogen ben ik bijna reactionair. Maar is het niet beter bruikbare oplossingen te bedenken in plaats van te blijven zeuren over het tekort aan middelen om het computerpark te updaten? Hoe ingewikkelder software gemaakt wordt, hoe meer kansen op bugs en vastlopen. Leerlingen zullen altijd zeggen: onze computer thuis werkt vlugger. Hoe groot de inspanning ook is om up-to-date te blijven, toch zullen individuen en bedrijven wellicht meer kans (en geld) hebben om vooruit te lopen op wat in de school gebeurt.
Risico
Het probleem is natuurlijk dat een computer niet zo simpel is als bord en krijt, maar dat je afhankelijk bent van veel aspecten. Het is geen kunst om een thuiscomputer degelijk en probleemloos te laten werken. Maar op school staan vaak tientallen computers en laptops, verbonden in een netwerk en met toegang tot het World Wide Web. Eigenlijk zou je bij elke geslaagde opstart van een programma de heer – in dit geval de ICT-coördinator – moeten danken dat alles werkt. Maar je vindt het zo natuurlijk, je vindt het zelfs onnatuurlijk als er iets niet werkt.
Het gebruik van bord en krijt, overheadprojector, zelfs van een video- of cd-speler vergt bijna geen voorbereiding. Uiteraard kan een lamp defect zijn, maar er is meestal een reserve-exemplaar bij de hand. Je kunt een leerling om een krijtje sturen, of je vergat de stekker in het stopcontact te steken. Maar dit is doodsimpel.
Rerserveles
Niet zo eenvoudig is het met een hele reeks computers die zich soms als individuen voordoen, alsof zij over een eigen persoonlijkheid beschikken. Als je plant om het computerlokaal in te stappen, loop je een enorm risico om af te gaan. Eigenlijk kun je het best een reserveles achter de hand hebben, want met een reservelamp kun je hier geen kant uit. Je hebt bovendien al veel voorbereidingswerk gehad, het lokaal moeten boeken, misschien heb je een andere leerkracht moeten vragen zijn les elders te geven, je hebt op voorhand gecontroleerd of alles werkt en je ICT-coördinator gewaarschuwd dat je het waagt. Er zijn makkelijker en ook effectievere manieren om les te geven. Je hebt je leerlingen gewaarschuwd dat ze naar dat lokaal moeten komen. Ze blijven weg. Oké, misverstand, ze zaten in het andere lokaal te wachten. Geen nood, de verhuizing neemt nog eens vijf minuten in beslag. Ze komen haast uitzinnig van verwachting binnen, ze racen tussen de banken om maar de beste (= snelste) computer te pakken te krijgen. Enfin, het is je gelukt iedereen redelijk stil te krijgen. Maar de ene leerling hoort het al niet meer, want zijn computer is al opgestart, enz., enz.
Overdrijf ik? Natuurlijk, want bij jou zal het wel niet gebeuren. Moet ik doorgaan? Sommige leerlingen komen niet op het internet – ze moeten wachten, lang wachten. Ze beginnen te zeuren.Je ziet de minuten voorbij tikken – je lesplan vertelt je dat je al oefening vier gemaakt moet hebben… je krijgt het danig op de zenuwen en na al die jaren van ervaring besef je dat je geduld toch opraakt. Wat je al lang niet meer gedaan hebt, valt ook voor jou voor de voeten: schrijf eens een opstelletje… Is dit een karikatuur? Ik vrees van niet. Je moet je manier van lesgeven zien in functie van de computer. Het middel ‘computer’ vraagt enorm veel van jezelf. Als alles goed gaat, kun je er de voordelen van meepikken. Als het tegenvalt, en dat gebeurt, heb je er voor die dag, week, maand, of voor altijd genoeg van. Het risico van mislukken is hoe dan ook veel groter dan bij het gebruik van andere media. Ben je bereid dit risico te lopen, dan kun je uit die ervaring lessen leren. Het is een andere vorm van lesgeven. Als je er niet van overtuigd bent dat ICT een belangrijk en onmisbaar middel is in het onderwijs, hoef je dit risico niet te nemen.
Roeping
Het is begrijpelijk dat ICT geen stormloop kent in de scholen. De hindernissen en struikelblokken om als leerkracht dit medium te gebruiken zijn zeer groot. Ik heb alle begrip voor de moeilijkheden om met ICT om te gaan in het onderwijs. Vergeten we ook niet dat de school zoveel taken naar zich toegeschoven kreeg – en nog steeds krijgt – dat de druk op de leerkrachten enorm is toegenomen. Het is niet verwonderlijk dat jonge leerkrachten al na enkele jaren afhaken. De vakantie als beloning is zelfs geen argument om te blijven.Hebben zij in hun beginjaren nog extra tijd om ICT te integreren in hun lessen? Velen verwachten dat zij de supergemotiveerden zijn om ICT aan te wenden in het onderwijs. En de oudere leerkrachten? Kunnen zij nog overtuigd worden van de meerwaarde van ICT als ze heel hun loopbaan een eigen methode hebben ontwikkeld – en vaak persoonlijke succeservaringen hebben beleefd? Moeten zij nog risico nemen terwijl er geen garantie is op succes? Ik houd dus een vurig pleidooi om niet te overdrijven: ICT is om diverse redenen een ‘must’ in het onderwijs, maar laten we de kerk in het midden houden… Lesgeven blijft een roeping en het is de persoonlijkheid van de leerkracht die de leerling kan overtuigen om echt te leren. Niet de laptop of de computer, evenmin als het handboek, of het uitgebalanceerde bordschema.
Dirk Rommens